Nieuws

Bestemmingsplan en toetsing luchtverontreiniging in kader goede ruimtelijke ordening

In de Wet milieubeheer en het daarop gebaseerde Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) zijn geen regels opgenomen over de aanvaardbaarheid van nieuwe woningen nabij drukke gemeentelijke wegen in het licht van de bestaande luchtkwaliteit ter plaatse. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de regeling in de Wet milieubeheer over luchtkwaliteit volgt dat de Wet milieubeheer en het Besluit gevoelige bestemmingen een bestuursorgaan niet ontheffen van de verplichting op grond van het beginsel van een goede ruimtelijke ordening om te beoordelen of blootstelling aan luchtverontreiniging aanvaardbaar is. Ook als een project zelf niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging, kan het uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening toch onaanvaardbaar zijn om dat project te realiseren op een bepaalde locatie waar de luchtkwaliteit slecht is.

Achtergrond
Bij besluit van 9 oktober 2019 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "Groot Waterloo" vastgesteld. Appellante sub 1 is eigenaar van een pand aan [locatie] en verhuurt de begane grond van dit pand aan een winkel. Zij vreest dat deze winkel niet als zodanig is bestemd. Wijkcentrum d’Oude Stadt en de Bewonersraad zijn organisaties die de belangen van de bewoners in het plangebied behartigen. Zij zijn bezorgd over de luchtkwaliteit en de geluidhinder in het plangebied. Zij achten het van groot belang dat maatregelen worden genomen om de luchtkwaliteit te verbeteren en de geluidhinder te verminderen.

Afdeling
De Afdeling is van oordeel dat de raad in redelijkheid functiewijziging naar wonen mogelijk heeft kunnen maken in het plan. Over de luchtkwaliteit overweegt de Afdeling dat in de Wet milieubeheer en het daarop gebaseerde Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) geen regels zijn opgenomen over de aanvaardbaarheid van nieuwe woningen nabij drukke gemeentelijke wegen in het licht van de bestaande luchtkwaliteit ter plaatse. Dat neemt niet weg dat de raad op grond van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening moet beoordelen of nieuwe woningen nabij drukke gemeentelijke wegen aanvaardbaar zijn gezien de bestaande luchtkwaliteit ter plaatse. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de regeling in de Wet milieubeheer over luchtkwaliteit volgt dat de Wet milieubeheer en het Besluit gevoelige bestemmingen een bestuursorgaan niet ontheffen van de verplichting op grond van het beginsel van een goede ruimtelijke ordening om te beoordelen of blootstelling aan luchtverontreiniging aanvaardbaar is. Ook als een project zelf niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging, kan het uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening toch onaanvaardbaar zijn om dat project te realiseren op een bepaalde locatie waar de luchtkwaliteit slecht is.

De Afdeling wijst ter vergelijking op haar uitspraak van 12 september 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4099. De raad heeft in redelijkheid ervan uit kunnen gaan dat nieuwe woningen nabij drukke wegen in het plangebied aanvaardbaar zijn gezien de bestaande luchtkwaliteit ter plaatse. De wettelijke grenswaarde van 40 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie voor NO2 is in dit geval niet van toepassing, maar de raad heeft deze grenswaarde in redelijkheid als uitgangspunt kunnen gebruiken bij zijn beoordeling. Uit de monitoringgegevens van het NSL voor het jaar 2018 blijk dat in dat jaar in het plangebied niet of nauwelijks deze grenswaarde is overschreden. De hoogste jaargemiddelde concentraties voor NO2 die op rekenpunten in het plangebied zijn berekend, zijn concentraties van 38,5-40,5 microgram per m3. Volgens de metingen van de GGD Amsterdam is de grenswaarde voor NO2 in 2019 wel overschreden op twee meetpunten in het plangebied.

Afgezien van de vraag of deze metingen aan de Europese eisen voldoen, heeft de raad in redelijkheid ervan uit kunnen gaan dat dit geen grote overschrijdingen zijn. Op de twee meetpunten zijn jaargemiddelde concentraties van 40-45 microgram per m3 gemeten. Bovendien is de verwachting van het RIVM dat in 2020 de grenswaarden voor de luchtkwaliteit in het plangebied niet zullen worden overschreden. Gezien deze gegevens zal de Afdeling in het midden laten of het luchtkwaliteitsonderzoek dat voor het plan is verricht een goed beeld geeft van de luchtkwaliteit in het plangebied.

Over de geluidhinder overweegt de Afdeling dat een akoestisch onderzoek is uitgevoerd. De resultaten daarvan zijn neergelegd in het rapport "Bestemmingsplan Groot Waterloo in Amsterdam; onderzoek omgevingsgeluid" van 25 oktober 2017 van DPA Cauberg-Huygen. In het akoestisch onderzoek is geconcludeerd dat bij een aantal nieuwe woningen de maximale ontheffingswaarde in de Wgh niet wordt overschreden. Het college van burgemeesters en wethouders heeft voor die woningen hogere waarden vastgesteld. Bij uitspraak van vandaag, ECLI:NL:RVS:2020:2211, heeft de Afdeling het beroep van Wijkcentrum d’Oude Stadt en de Bewonersraad tegen dat besluit hogere waarden ongegrond verklaard. Dat betekent dat het plan voor die woningen voldoet aan de Wgh. In het akoestisch onderzoek is ook geconcludeerd dat bij een aantal nieuwe woningen de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden. Voor die woningen is in de planregels een dove gevel, vliesgevel of een gebouwgebonden geluidscherm verplicht gesteld. Daarmee wordt voldaan aan de Wgh. De grenswaarden voor de geluidbelasting in de Wgh gelden voor gevels van geluidgevoelige functies. Bouwkundige constructies zoals een dove gevel, vliesgevel of een gebouwgebonden geluidscherm worden op grond van artikel 1b, vierde lid, van de Wgh niet als gevel aangemerkt. Het betoog slaagt niet.

ECLI:NL:RVS:2020:2245| Afdeling bestuursrechtspraak 16 september 2020, zaaknummer 201908681/1/R1 (r.o. 11.2), uitspraak betreffende Bestemmingsplan en toetsing luchtverontreiniging in kader goede ruimtelijke ordening Bestemmingsplan en toetsing luchtverontreiniging in kader goede ruimtelijke ordening

Bron: 
Rechtspraak.nl
Zie ook: 
Categorieën: 
Dossiers: