Nieuws

Wijziging van Wet implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie en Warmtewet

Deze wetswijzigingen strekken tot implementatie van de wijzigingsrichtlijn van de Richtlijn betreffende energie-efficiëntie. Doel van de ijzigingsrichtlijn is het behalen van het Europese streefdoel van 32,5% energiebesparing op het energieverbruik in 2030 ten opzichte van 2005. De wijzigingsrichtlijn bevat eisen onder meer met betrekking tot energiemeters voor verwarming, koeling of warm water voor huishoudelijk gebruik, hierna te noemen: warmte en koude. bevat de wijzigingsrichtlijn verplichtingen om energie-efficiëntie te betrekken bij de regulering van het transport van energie.

Wet van 10 juni 2020 tot wijziging van de Wet implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie en de Warmtewet in verband met de implementatie van richtlijn 2018/2002/EU betreffende energie-efficiëntie. De artikelen van deze wet treden op latere tijdstippen in werking. in werking.

Na inwerkingtreding van deze wet berust het ‘Besluit op afstand uitleesbare meetinrichtingen’ mede op artikelen 2, zesde lid, en 6a, vijfde lid, van de Wet implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie en artikel 8, zesde lid, van de Warmtewet.

Deze wetswijzigingen strekken tot implementatie van de richtlijn 2018/2002/EU van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot wijziging van de richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende energie-efficiëntie (PbEU L328), hierna te noemen: de wijzigingsrichtlijn. De wijzigingsrichtlijn wijzigt de richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG, hierna te noemen: de richtlijn. De wijzigingsrichtlijn dient uiterlijk 25 juni 2020 volledig geïmplementeerd te zijn in Nederlandse wet- en regelgeving of door middel van feitelijk handelen. 

Deze wijzigingsrichtlijn is alleen van toepassing op het grondgebied van Nederland binnen de Europese Unie en heeft geen gevolgen voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 

Doel van de wijzigingsrichtlijn is het behalen van het Europese streefdoel van 32,5% energiebesparing op het energieverbruik in 2030 ten opzichte van 2005. Energiebesparing is, naast de productie van duurzame energie, een belangrijke pijler voor de verduurzaming van de energievoorziening en is voor de Europese Commissie een centraal element in de toekomstige besluitvorming over investeringen in de Europese energie-infrastructuur. In lijn met de toezeggingen die de Europese Unie heeft gedaan in het kader van het VN-klimaatakkoord draagt het verbeteren van de energie-efficiëntie in de hele energieketen onder andere bij aan het milieu, de luchtkwaliteit, de volksgezondheid, de afname van broeikasgasemissies en het doen dalen van de energiekosten voor huishoudens en ondernemingen binnen de Europese Unie. 

De wijzigingsrichtlijn schrijft derhalve maatregelen voor om het energieverbruik van overheid, burgers en bedrijven terug te dringen. Zo worden lidstaten verplicht om van 2021 tot en met 2030 jaarlijks 0,8% energie-efficiëntie verbetering bij eindgebruikers te realiseren. Dit kan via een verplichtingensysteem, maar een lidstaat kan er ook voor kiezen deze besparingen op een andere wijze te realiseren. 

Voor de onderhandeling van deze wijzigingsrichtlijn heeft het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat onderzoek laten uitvoeren naar de gevolgen van de voorgestelde wijzigingsrichtlijn door Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) en Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). De belangrijkste bevindingen van het onderzoek van ECN zijn weergegeven in een Kabinetsreactie op onderzoek van ECN over de herziening Europese richtlijn energie-efficiëntie.

De wijzigingsrichtlijn bevat eisen met betrekking tot energiemeters voor verwarming, koeling of warm water voor huishoudelijk gebruik, hierna te noemen: warmte en koude. Bijvoorbeeld de uitrol van op afstand uitleesbare meters voor warmte en koude, zodat consumenten accurate, betrouwbare, duidelijke en tijdige informatie over hun energieverbruik krijgen. Indien de plaatsing van op afstand uitleesbare meters technisch niet haalbaar of niet kosteneffectief is, dan kan hier door middel van vastgestelde regels van afgeweken worden. Ook wordt in de wijzigingsrichtlijn verduidelijkt dat consumenten die vanuit een centraal punt (bijvoorbeeld in appartementengebouwen) warmte en/of koude geleverd krijgen, verbruiksinformatie moeten ontvangen, zodat zij gestimuleerd worden tot een efficiënt verbruik. De artikelen in de richtlijn met betrekking tot energiemeters voor gas en elektriciteit worden inhoudelijk niet gewijzigd. 

De wijzigingsrichtlijn kent tevens bepalingen over facturering en informatieverstrekking voor warmte en koude. De wijzigingsrichtlijn verduidelijkt de rechten in verband met facturering en facturerings- of verbruiksinformatie van consumenten die vanuit een centrale bron (bijvoorbeeld in appartementengebouwen) warmte en koude geleverd krijgen. Deze groep consumenten wordt ‘eindgebruikers’ genoemd naast de bestaande term ‘eindafnemer’. 

Verduidelijkt wordt dat ook eindgebruikers verbruiksinformatie moeten ontvangen, zodat zij gestimuleerd worden tot een efficiënt verbruik. Tot slot bevat de wijzigingsrichtlijn verplichtingen om energie-efficiëntie te betrekken bij de regulering van het transport van energie. 

Bron: 
Zie ook: 
Dossiers: