Nieuws

Wijziging Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet (vaststelling kortingspercentage op fosfaatrecht c.a.)

Dit wijzigingsbesluit bevat de vaststelling van het percentage waarmee het op een bedrijf rustende fosfaatrecht met ingang van 1 januari 2018 in mindering wordt gebracht en de toevoeging van twee knelgevallencategorieën.

Besluit van 20 december 2017 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met de vaststelling van het percentage waarmee het op een bedrijf rustende fosfaatrecht met ingang van 1 januari 2018 in mindering wordt gebracht en de toevoeging van twee knelgevallencategorieën. Dit besluit is in werking getreden met ingang van 1 januari 2018.

De Wet tot wijziging van de Meststoffenwet in verband met de invoering van een stelsel van fosfaatrechten (Stb. 2017, 229) is op 1 januari 2018 in werking getreden. Deze wet (hierna: de fosfaatwet melkveehouderij) is noodzakelijk om het zogenaamde mestproductieplafond te kunnen borgen dat sinds 2006 is opgenomen in derogatiebeschikkingen die onder de Nitraatrichtlijn aan Nederland zijn afgegeven. Een wettelijk instrumentarium ter beheersing van de mestproductie door melkvee is noodzakelijk gebleken nadat, mede naar aanleiding van het vervallen van de Europese melkquotering per 1 april 2015, de mestproductie in de melkveehouderij fors is toegenomen. Deze toename heeft er in geresulteerd dat Nederland, op basis van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek, in 2015 en 2016 het mestproductieplafond heeft overschreden. Om te borgen dat de Nederlandse veehouderij op een zo kort mogelijke termijn, alsmede voor de toekomst, onder het productieplafond produceert, zijn fosfaatrechten in de melkveehouderij noodzakelijk. Zonder dit instrument lijkt aannemelijk dat de onderhandelingen voor een derogatie voor de periode van het aankomende zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn (2018 – 2021) geen kans van slagen hebben en dat de Europese Commissie Nederland in gebreke stelt vanwege het niet ten uitvoer brengen van de verplichtingen die volgen uit de Nitraatrichtlijn.

Na inwerkingtreding van de fosfaatwet melkveehouderij krijgen bedrijven met melkvee een beschikking met daarin de voor hun bedrijf vastgestelde hoeveelheid fosfaatrechten, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat. De hoeveelheid toe te kennen fosfaatrechten – het fosfaatrecht – rust op het bedrijf en wordt als zodanig door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) geregistreerd. Bedrijven krijgen een hoeveelheid fosfaatrechten toegekend die overeen komt met de forfaitaire productie van dierlijke meststoffen in een kalenderjaar welke volgt uit het aantal gehouden stuks melkvee op 2 juli 2015 – de datum waarop de introductie van het fosfaatrechtenstelsel aan de Tweede Kamer is aangekondigd (Kamerstukken II 2014–2015, 33 979, nr. 98) – en de op de gemiddelde melkproductie per melkkoe gebaseerde forfaitaire fosfaatexcretie en de forfaitaire fosfaatexcretie voor jongvee, beide volgend uit de Meststoffenwet (bijlage D bij de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet). Groei van de melkveestapel die na 2 juli 2015 heeft plaatsgevonden, wordt niet vertaald in fosfaatrechten. Bedrijven waar op 2 juli 2015 melkvee werd gehouden krijgen uitsluitend fosfaatrechten toegekend indien zij op de datum van inwerkingtreding van het stelsel van fosfaatrechten nog als bedrijf, als bedoeld in de Meststoffenwet, bij RVO.nl staan geregistreerd. Dit betekent dat landbouwers die tussen de datum van aankondiging van het stelsel, te weten 2 juli 2015, en de datum van inwerkingtreding van het stelsel zijn gestopt met hun bedrijf, geen fosfaatrechten krijgen toegekend.

Het aantal fosfaatrechten dat wordt toegekend op basis van de peildatum van 2 juli 2015 is te hoog om het mestproductieplafond te kunnen borgen. De toewijzing van rechten zal dan ook gepaard gaan met een generieke korting. Deze korting was reeds voorzien en de Meststoffenwet bevat hiervoor een specifieke bepaling (artikel 33Ab). Een generieke korting kan in het belang van de Nitraatrichtlijn in 2018 worden opgelegd aan bedrijven met melkvee die in 2015 niet grondgebonden waren.

De Commissie van Deskundigen Meststoffenwet (CDM) is gevraagd te adviseren over de hoogte van het benodigde kortingspercentage. De CDM heeft berekend dat een korting van 7,3% noodzakelijk is om het mestproductieplafond te kunnen borgen. Met het overnemen van het advies van de Commissie knelgevallen fosfaatrechten en als gevolg van de bestaande knelgevallenvoorziening uit artikel 23, zesde lid, van de wet wordt de generieke korting met 1% verhoogd, zoals per brief van 12 juli 2017 is aangekondigd aan de Tweede Kamer (Kamerstuk II 2016/17, 34 532, nr. 100).

Daarnaast zijn twee categorieën knelgevallen aan het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet toegevoegd.

Bron: 
Zie ook: 
Categorieën: 
Dossiers: