Nieuws

Wetsvoorstel Wet stikstofreductie en natuurverbetering

Dit wetsvoorstel beoogt een structurele aanpak van de stikstofproblematiek. Het wetsvoorstel en het op te stellen programma hebben geen rechtstreekse effecten voor burgers of bedrijven. Die effecten kunnen te zijner tijd uiteraard wel uitgaan van de uitvoering van de maatregelen die zullen worden opgenomen in het programma, met name de maatregelen gericht op vermindering van stikstofemissies door verschillende activiteiten. Dit wetsvoorstel heeft van 27 mei tot 10 juni 2020 in consultatie gelegen.

Dit wetsvoorstel beoogt een structurele aanpak van de stikstofproblematiek. De structurele aanpak waartoe het kabinet heeft besloten, is een systeem met de volgende elementen: 

- vaststelling van een streefwaarde (ofwel ‘omgevingswaarde’) voor het verminderen van de depositie van stikstof op daarvoor gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden; 

- een programma stikstofreductie en natuurverbetering met bron- en natuurmaatregelen voor het verminderen van de depositie van stikstof op daarvoor gevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten in Natura 2000-gebieden. Dit programma bevat maatregelen om te voldoen aan de streefwaarde en om de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden te bereiken. Waar het het realiseren van instandhoudingsdoelstellingen op gebiedsniveau betreft, is sprake van een directe wisselwerking tussen het programma en de beheerplannen;  

- een systematiek van periodieke monitoring en bijsturing van streefwaarde en programma en rapportage daarover. 

Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe dat systeem te verankeren in het stelsel van de Wet natuurbescherming en op den duur in het stelsel van de Omgevingswet, waarin de natuurwetgeving wordt opgenomen. Daartoe introduceert dit wetsvoorstel in de Wet natuurbescherming en later in de Omgevingswet een streef/omgevingswaarde en een programma met maatregelen om de depositie van stikstof op daarvoor gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden te verminderen en de natuur in die gebieden te verbeteren. Het programma wordt gemonitord, elke 6 jaar geactualiseerd en ook tussentijds gewijzigd als dat nodig is om te voldoen aan de streef/omgevingswaarde.

Het wetsvoorstel richt zich uitsluitend tot de overheid, in het bijzonder de Minister van LNV, die het programma vaststelt (in overleg met de bestuursorganen die verantwoordelijk zijn voor de in het programma op te nemen maatregelen) en die het programma en de streefwaarde monitort en zo nodig aanpast. Ook het programma richt zich als beleidsdocument niet rechtstreeks tot burgers en bedrijven. Ter uitvoering van het programma kunnen zo nodig juridisch bindende regels worden opgenomen in bijvoorbeeld bestemmingsplannen of in regelgeving van waterschappen, provincies en het Rijk. Ook valt te denken aan uitwerking in beleidsregels, in convenanten met andere bestuursorganen of in civielrechtelijke overeenkomsten met beheerders van een gebied.

 

Bron: 
Zie ook: 
Categorieën: 
Dossiers: