Nieuws

KB onteigening gemeenten Waalwijk en Heusden (mandaat / publiek belang) (Titel IV)

Het door reclamanten bedoelde mandaatbesluit of machtiging maakt geen deel uit van de onteigeningsstukken. De strekking van de door reclamanten aangehaalde passage uit deze handreiking is van praktische aard. De grondslag voor deze onteigening wordt gevormd door de, ten tijde van de start van deze procedure, reeds vastgestelde inpassingsplannen. Deze hoeven niet onherroepelijk te zijn, mede omdat de gebruikelijke opschortende en ontbindende voorwaarden opgenomen zijn in het KB.

Koninklijk Besluit van 16 juli 2020, nr. 2020001560, inzake onteigening ingevolge Titel IV van de Onteigeningswet in de gemeenten Waalwijk en Heusden krachtens artikel 78 van de Onteigeningswet (onteigeningsplan Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (GOL). De Kroon oordeelt ter zake onder meer als volgt.

Mandaat
Reclamanten merken op dat de voordracht is ondertekend namens gedeputeerde staten door een manager ontwikkelbedrijf. Zij verwijzen voorts naar de Handreiking Administratieve Onteigeningsprocedure van Rijkswaterstaat waarin staat dat het mandaatbesluit of machtiging ingeval van mandatering bij de voordracht moet worden gevoegd. Zij betogen dat vanwege het ontbreken van een mandaatbesluit of machtiging bij de stukken, zij niet kunnen opmaken of de voordacht van het verzoekbesluit door een daartoe bevoegd persoon of instantie is gedaan.

Ten aanzien van deze zienswijze overweegt de Kroon als volgt. De ter inzage te leggen onteigeningsstukken voor onteigeningen op grond van Titel IV van de Onteigeningswet worden opgesteld overeenkomstig de bepalingen in [%WR Onteigeningswet ART 79|artikel 79, tweede lid van de Onteigeningswet%] en de hierboven door reclamanten genoemde handreiking. Het door reclamanten bedoelde mandaatbesluit of machtiging maakt hier geen deel van uit. De strekking van de door reclamanten aangehaalde passage uit deze handreiking is van praktische aard. Of de gemachtigde bevoegd is om een onteigeningsverzoek bij de Kroon in te dienen wordt door de Kroon wel bij de ambtshalve beoordeling van het onteigeningsverzoek betrokken. Op basis van deze ambtshalve beoordeling heeft de Kroon vastgesteld dat het onteigeningsverzoek bevoegd is ingediend. Verzoeker heeft dit in zijn reactie op de zienswijze van reclamanten desgevraagd bevestigd.

Publiek belang

Reclamanten wijzen erop dat het betreffende inpassingsplan voor deze onteigening (GOL West) nog niet onherroepelijk is. Als het inpassingsplan naar aanleiding van de behandeling bij de Afdeling gewijzigd wordt, heeft de Kroon geen kans gehad om het plan te beoordelen waarvoor uiteindelijk onteigend wordt. Dat vinden reclamanten bezwaarlijk. 

De Kroon overweegt dat voor het starten van de administratieve onteigeningsprocedure ten behoeve van de realisatie van ruimtelijke plannen, op grond van artikel 78 van de Onteigeningswe], in beginsel het ruimtelijk plan moet zijn vastgesteld. De grondslag voor deze onteigening wordt gevormd wordt door de, ten tijde van de start van deze procedure, reeds vastgestelde inpassingsplannen. De verzoeker om onteigening hoeft daarbij niet te wachten tot de inpassingsplannen na behandeling door de Afdeling onherroepelijk zijn geworden. In het Koninklijk Besluit zijn de gebruikelijke opschortende en ontbindende voorwaarden opgenomen. 

Bron: 
Zie ook: 
Categorieën: 
Dossiers: