Nieuws

KB onteigening gemeenten Gulpen-Wittem en Eijsden-Margraten (schadeloosstellingen anderszins) (Titel IV) Uitgangspunt is dat de

Onteigeningswet belanghebbenden een volledige schadeloosstelling in geld waarborgt. De Onteigeningswet verplicht de verzoeker niet tot schadeloosstelling in de vorm van herhuisvesting, compensatiegronden voor bedrijfsvoeringen of een oplossing anderszins.

Koninklijk Besluit van 11 mei 2020, nr. 2020000902, inzake onteigening ingevolge Titel IV van de Onteigeningswet in de gemeenten Gulpen-Wittem en Eijsden-Margraten krachtens artikel 78 van de Onteigeningswet (onteigeningsplan Reconstructie N598 De Hut – De Plank). De Kroon oordeelt ter zake onder meer als volgt.

Naar aanleiding van het gestelde merkt de Kroon onder meer op dat de Onteigeningswet de verzoeker niet verplicht tot schadeloosstelling in de vorm van herhuisvesting, compensatiegronden voor bedrijfsvoeringen of een oplossing anderszins. Uitgangspunt is dat de Onteigeningswet belanghebbenden een volledige schadeloosstelling in geld waarborgt. Mogelijkheden tot schadeloosstelling in een andere vorm dan geld, zullen langs minnelijke weg en veelal in samenwerking met andere overheden, alsmede met particuliere eigenaren van gronden bezien moeten worden. Desondanks kunnen vragen om compensatiegrond of een oplossing anderszins wel aan de orde komen in het kader van de toetsing van het gevoerde minnelijk overleg over de verwerving van de benodigde gronden. Indien immers een belanghebbende in het minnelijk overleg duidelijk maakt de voorkeur te geven aan vervangende grond, is de verzoeker gehouden te onderzoeken of hieraan tegemoet gekomen kan worden. De noodzaak tot onteigening (als uiterste middel) is immers mede afhankelijk van de wijze waarop dat minnelijk overleg is en zal verlopen. Hierbij geldt, dat de verzoeker gehouden is aan zijn eigen, op de urgentie van de aanleg van het werk, toegespitste planning.

Bron: 
Zie ook: 
Categorieën: 
Dossiers: