Nieuws

KB onteigening gemeente Amsterdam (ontbreken dwarspofiel) (Titel IIa)

Reclamanten merken terecht op dat uit de bij de onteigeningsstukken gevoegde dwarsprofieltekening niet blijkt of de te bouwen fly-over zal worden ondersteund door een pijler of kolom. De Kroon is echter van mening dat verzoeker bij de onteigeningsstukken voldoende inzicht heeft verschaft in de voorgenomen wijze van planuitvoering en dat verzoeker hiermee heeft voldaan aan het gestelde in de Handreiking.

Koninklijk Besluit van 21 januari 2019, nr. 2019000064, inzake onteigening ingevolge Titel IIa van de Onteigeningswet in de gemeente Amsterdam (onteigening voor het verbreden en ondergronds leggen van de rijksweg A10 c.a). De Kroon oordeelt ter zake onder meer als volgt.

Het is reclamanten 1 en 2 ondanks herhaalde verzoeken om meer informatie nog steeds niet duidelijk hoe de fly-over ter hoogte van hun appartementengebouw geconstrueerd wordt. Zij wijzen erop dat uit het dwarsprofiel dat bij de onteigeningsstukken is gevoegd niet blijkt of deze fly-over door een pijler of kolom wordt ondersteund en, zo ja, of deze dan wordt gerealiseerd op de grond die reclamanten in erfpacht hebben. Ook wijzen reclamanten op de wijze waarop de dakrand van hun appartementengebouw in het dwarsprofiel is ingetekend. Het lijkt alsof de fly-over op circa 6,20 m uit de gevel van het gebouw inclusief dakrand komt te liggen. In werkelijkheid steekt de dakrand 60 cm uit het gebouw, waardoor de afstand tussen de fly-over en het gebouw geen 6,20 m maar 5,60 m bedraagt.

Reclamanten merken terecht op dat uit de bij de onteigeningsstukken gevoegde dwarsprofieltekening niet blijkt of de te bouwen fly-over zal worden ondersteund door een pijler of kolom. De Kroon is echter van mening dat verzoeker bij de onteigeningsstukken voldoende inzicht heeft verschaft in de voorgenomen wijze van planuitvoering en dat verzoeker hiermee heeft voldaan aan het gestelde in de Handreiking Administratieve Onteigeningsprocedure van Rijkswaterstaat van 16 januari 2016. Zo heeft verzoeker bij zijn verzoek zowel situatietekeningen als een dwarsprofiel- en een grondtekening overgelegd die conform de Handreiking zijn opgesteld. De dwarsprofieltekening bevat een drietal doorsneden die op specifieke en nader in de situatietekeningen aangegeven plaatsen zijn getrokken. Of de te bouwen fly-over op die specifieke plaatsen zal worden ondersteund door een pijler of kolom blijkt daar niet uit, maar het aantal te plaatsen pijlers of kolommen en de exacte locatie daarvan is ook nog niet bekend.

Verzoeker heeft in de hoorzitting toegelicht dat aanbesteding van het werk in dit geval plaatsvindt op basis van Design & Construct. De aannemer is daarbij verantwoordelijk voor de nadere uitwerking en detaillering van het te maken werk. Daarbij zal dan worden bepaald of en in welke mate er pijlers of kolommen noodzakelijk zijn en waar die moeten worden geplaatst. Tot een overschrijding van (de grens van) het tracébesluit zal dit echter niet leiden, het ruimtebeslag zoals dat in dat besluit is vastgelegd zal geen wijziging ondergaan. In dit verband wijst de Kroon ook op hetgeen in de bij de onteigeningsstukken gevoegde zakelijke beschrijving (op pagina 7) wordt gesteld over het marktbeleid van verzoeker. Daarbij is opgemerkt dat het ontwerp van het werk als gevolg van de wijze van aanbesteding wijzigingen kan ondergaan, en gewezen op de zogeheten uitmeet- en flexibiliteitsbepaling zoals die is opgenomen in artikel 15 van het tracébesluit.

Verzoeker heeft in de hoorzitting verder nog toegelicht dat de aannemer bepaalt of en in welke mate er pijlers of kolommen noodzakelijk onder de fly-over nodig zijn en waar die moeten worden geplaatst. Tot een overschrijding van (de grens van) het tracébesluit zal dit echter niet leiden, het ruimtebeslag zoals dat in dat besluit is vastgelegd zal geen wijziging ondergaan. De aanleg van de fly-over en het voor die aanleg (tijdelijk) benodigde werkterrein leidt ertoe dat de in onderhavige procedure betrokken gedeelten van de onroerende zaak noodzakelijk zijn.

Met betrekking tot het gestelde over de wijze van intekenen van de dakrand van het appartementengebouw van reclamanten in het dwarsprofiel merkt de Kroon op dat reclamanten doelen op het in de dwarsprofieltekening opgenomen dwarsprofiel B-B. Hierin is aangegeven dat de afstand tussen de rand van de te bouwen fly-over en de rand van de gevel van het appartementengebouw van reclamanten 6.20 meter bedraagt. De dakrand valt daar inderdaad binnen. Dit is eveneens het geval in dwarsprofiel A-A in de dwarsprofieltekening, waarin de afstand van de rand van de fly-over tot de rand van de gevel 7.33 meter bedraagt.

Gelet op het vorenstaande geeft deze zienswijzen van reclamanten de Kroon geen aanleiding om het verzoek tot aanwijzing ter onteigening geheel of gedeeltelijk af te wijzen.

Bron: 
Zie ook: 
Categorieën: 
Dossiers: