Nieuws

KB onteigening gemeente Amsterdam (kennisgeving belanghebbenden) (Titel IIa)

In het gestelde over het niet aanschrijven van mevrouw Szakály-Buvens en de omstandigheid dat verzoeker haar geen (separaat) aanbod tot aankoop dan wel verhuur van de benodigde grond heeft gedaan ziet de Kroon geen aanleiding om het verzoek om onteigening af te wijzen. Het gestelde over het aanschrijven van onbekende huurders geeft de Kroon evenmin aanleiding om het verzoek om onteigening af te wijzen. Geconstateerd moet worden dat verzoeker getracht heeft om alle rechthebbende huurders te achterhalen.

Koninklijk Besluit van 21 januari 2019, nr. 2019000064, inzake onteigening ingevolge Titel IIa van de Onteigeningswet in de gemeente Amsterdam (onteigening voor het verbreden en ondergronds leggen van de rijksweg A10 c.a). De Kroon oordeelt ter zake onder meer als volgt.

Reclamanten merken op dat er, zoals ook voorafgaand aan de start van de onteigeningsprocedure in 2017, fouten zijn gemaakt bij het versturen van de aanbiedingen en de kennisgevingen omtrent de start van onderhavige procedure. In dit verband is specifiek opgemerkt dat mevrouw Szakály-Buvens niet is aangeschreven c.q. dat zij ten onrechte geen aanbod tot aankoop dan wel verhuur van de benodigde grond van verzoeker heeft ontvangen. Eveneens zijn meer in het algemeen onbekende huurders aangeschreven, zijn brieven naar verkeerde adressen gestuurd en zijn namen verkeerd gespeld.

In het gestelde over het niet aanschrijven van mevrouw Szakály-Buvens en de omstandigheid dat verzoeker haar geen (separaat) aanbod tot aankoop dan wel verhuur van de benodigde grond heeft gedaan ziet de Kroon geen aanleiding om het verzoek om onteigening af te wijzen. De heer Szakály is volgens de kadastrale registratie volledig eigenaar van de appartementsrechten A13 en A28. Verzoeker heeft zijn biedingen, naar hij in de hoorzitting heeft toegelicht, om die redenen aan de heer Szakály gericht. Het laatst heeft de heer Szakály, voorafgaand aan de indiening van het verzoek om onteigening, bij brief van 5 april 2018 een aanbod ontvangen gericht op de aankoop dan wel huur van de benodigde onroerende zaak. Ons is niet gebleken – en overigens is dit ook niet in de zienswijze gesteld – dat mevrouw Szakály-Buvens op een ander adres woonachtig is dan de heer Szakály. Gelet daarop mag er naar oordeel van de Kroon vanuit worden gegaan dat de biedingen van verzoeker mevrouw Szakály-Buvens hebben bereikt. In deze zin overweegt de Kroon ook dat er vanuit mag worden gegaan dat de kennisgeving over de start van de onderhavige onteigeningsprocedure mevrouw Szakály-Buvens zal hebben bereikt, nu de heer Szakály is vermeld in de adreslijst van de aan te schrijven belanghebbenden die bij het verzoek om onteigening is ingediend.

Voor het overige merkt de Kroon op, dat de adviseur van reclamanten de biedingen van verzoeker bij brieven van 1 februari 2017, 11 oktober 2017 en 3 mei 2018 heeft afgewezen. Niet gebleken is, dat de adviseur of reclamant 2.j. verzoeker heeft gewezen op de omissie van het niet aanschrijven van mevrouw Szakály-Buvens. Het had naar oordeel van de Kroon ook op de weg van reclamanten en hun adviseur gelegen om verzoeker op de hoogte te stellen van de omstandigheid dat mevrouw Szakály-Buvens tevens een aanbod had moeten ontvangen.

Het gestelde over het aanschrijven van onbekende huurders geeft de Kroon evenmin aanleiding om het verzoek om onteigening af te wijzen. Geconstateerd moet worden dat verzoeker getracht heeft om alle rechthebbende huurders te achterhalen. Verzoeker is daarbij niet alleen afgegaan op de door reclamanten verstrekte informatie over de huurders van het appartementengebouw, maar heeft daarnaast het handelsregister van de Kamer van Koophandel geraadpleegd. Verzoeker heeft vervolgens alle uit deze informatie en dit register naar voren gekomen huurders bij brieven van 5 april 2018 geïnformeerd over het voorgenomen werk, de voorgenomen aankoop of huur van de gedeelten van de onroerende zaak van reclamanten met de grondplannummers 4.1 en 4.2 dan wel de voorgenomen onteigening van deze gedeelten. Verzoeker heeft de namen en adressen van alle huurders tevens opgenomen in de adreslijst van de aan te schrijven belanghebbenden bij het verzoek om onteigening.

Naar oordeel van de Kroon moet gelet op het voorgaande worden geconstateerd dat verzoeker aan zijn inspanningsverplichting tot het achterhalen van (mogelijke) belanghebbenden heeft voldaan. Dat mogelijk huurders ten onrechte zijn aangeschreven doet daar niet aan af. Voorts is niet gebleken, en zulks wordt ook in de zienswijze niet gesteld, dat er huurders zijn die in strijd met de wettelijke bepalingen niet over de voorgenomen onteigening in kennis zijn gesteld.

Bron: 
Zie ook: 
Categorieën: 
Dossiers: