Nieuws

KB onteigening gemeente Amersfoort (Bp en PAS / andere vergunningen) (Titel IV)

Inzake de PAS overweegt dat de grondslag voor de onteigening berust op het onherroepelijke bestemmingsplan en kan derhalve in dit onteigeningsbesluit geen ontbindende of opschortende voorwaarde opnemen ten aanzien van een (mogelijk) toekomstige herziening van het voorliggende bestemmingsplan. Verder kunnen in het kader van de administratieve onteigeningsprocedure en procedures die niet planologisch van aard zijn over het verloop en de uitkomst van deze procedures geen zelfstandige uitspraken worden gedaan. Evenmin kunnen aan het onteigeningsbesluit ontbindende of opschortende voorwaarden worden verbonden ten aanzien van besluiten welke geen grondslag vormen voor de onteigening.

Koninklijk Besluit van 1 mei 2020, nr. 2020000906, inzake onteigening ingevolge Titel IV van de Onteigeningswet in de gemeente Amersfoort krachtens artikel 78 van de Onteigeningswet (onteigeningsplannen Westelijke ontsluiting en Westelijke ontsluiting II). De Kroon oordeelt ter zake onder meer als volgt.

Reclamant 1 (Bp en PAS)
Reclamante meent dat het bestemmingsplan waarschijnlijk zal worden aangepast omdat bij het bestemmingsplan gebruik is gemaakt van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), wat niet is toegestaan. De gemeente heeft het verzoek om het bestemmingsplan daarop te herzien afgewezen. Reclamante wijst op diverse beroepen bij de Raad van State tegen dat besluit en betoogt dat het in de verwachting ligt dat het besluit wordt vernietigd en de gemeente het bestemmingsplan moet herzien. Omdat dan de grondslag voor de onteigening vervalt, verzoekt reclamante om in het onteigeningsbesluit een ontbindende voorwaarde op te nemen. 

Kroon
De Kroon overweegt hierbij dat de grondslag voor de onteigening het onherroepelijke bestemmingsplan Westelijke Ontsluiting is. De Kroon kan derhalve in dit onteigeningsbesluit geen ontbindende of opschortende voorwaarde opnemen ten aanzien van een (mogelijk) toekomstige herziening van het voorliggende bestemmingsplan. 

Reclamant 1 (andere vergunningen)
Reclamante 1 verwijst tevens naar andere vergunningen die nog genomen moeten worden, zoals een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Het zal niet makkelijk zijn om deze vergunning te bemachtigen nu de grondslag van de PAS is komen te vervallen. Daarnaast zal er een vergunning moeten komen voor het mogen aantasten van de rijksmonumentale tuin. Het complex OLV ter Eem is meervoudig bestemd als rijksmonument. Dit gegeven heeft niet alleen betrekking op het pand, maar ook op de gehele omringende tuin. Volgens reclamante is deze vergunning essentieel voor het kunnen uitvoeren van het werk en is het onzeker of deze wordt verleend. Zij verzoekt daarom om aan het onteigeningsbesluit een opschortende voorwaarde te verbinden dat er pas tot dagvaarding kan worden overgegaan indien de vergunning natuurbescherming en de vergunning voor het mogen aantasten van een rijksmonument beide onherroepelijk zijn en dat het KB vervalt indien deze niet worden verleend. Reclamante beseft dat daar geen wettelijke grondslag voor is maar dat is er volgens haar ook niet bij de afgegeven omgevingsvergunning. 

Kroon
De Kroon overweegt dat deze zienswijze ziet op vergunningen die niet planologisch van aard zijn. In het kader van de administratieve onteigeningsprocedure kunnen over het verloop en de uitkomst van deze procedures geen zelfstandige uitspraken worden gedaan. Evenmin kunnen aan het onteigeningsbesluit ontbindende of opschortende voorwaarden worden verbonden ten aanzien van besluiten welke geen grondslag vormen voor de onteigening. 

Bron: 
Zie ook: 
Categorieën: 
Dossiers: