Nieuws

Consultatie Aanvullingsbesluit grondeigendom Omgevingswet

Op 22 maart is het ontwerp van het Aanvullingsbesluit grondeigendom Omgevingswet in consultatie gegaan. Hierin zijn regelingen neergelegd inzake onteigening, voorkeursrecht, landinrichting en kostenverhaal. Tot 19 april 2019 kunnen online reacties worden ingediend op de concept-regeling met toelichting.

Het wetsvoorstel Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet is momenteel in parlementaire behandeling. Met de Aanvullingswet zijn de instrumenten voorkeursrecht, onteigening en landinrichting, die zijn geregeld in de Wet voorkeursrecht gemeenten, de Onteigeningswet en de Wet inrichting landelijk gebied (Wilg), geïntegreerd in de Omgevingswet. Deze onderwerpen worden in het onderhavige Aanvullingsbesluit grondeigendom uitgewerkt waarbij met name bepalingen worden ingevoegd in drie van de vier uitvoerings-amvb’s van de Omgevingswet, te weten het Omgevingsbesluit het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Voorts is met de Aanvullingswet grondeigendom de toepassing van de privaatrechtelijke faciliteit van kavelruil in het landelijk gebied ook mogelijk gemaakt in het stedelijk gebied en is de regeling voor grondexploitatie in de Omgevingswet vereenvoudigd tot een regeling voor kostenverhaal. Met deze aanvullingen voorziet de Omgevingswet in een integraal instrumentarium voor beheer en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving.

Met dit Aanvullingsbesluit worden over een aantal onderwerpen uit de Aanvullingswet nadere regels gesteld. Dit betreft inhoudelijke en procedurele regels voor de voorkeursrechtbeschikking, de onteigeningsbeschikking, het ruilbesluit en het besluit geldelijke regelingen. Daarnaast worden algemene regels gegeven over landinrichtingsactiviteiten en worden de bestaande regels over het kostenverhaal op onderdelen gewijzigd.

De instrumenten voorkeursrecht, onteigening, landinrichting en kostenverhaal, en ook kavelruil hebben met elkaar gemeen dat zij gevolgen hebben voor de eigendom en de daarvan afgeleide zakelijke en persoonlijke rechten op onroerende zaken. Deze gevolgen onderscheiden de instrumenten van de (meeste) andere instrumenten in de Omgevingswet.

Het Aanvullingsbesluit grondeigendom Omgevingswet is onderdeel van een van de vier aanvullingssporen bij de Omgevingswet. Het regelt een aantal onderdelen van het onderwerp grondeigendom, zoals inhoudelijke en procedurele bepalingen voor de voorkeursrecht- en de onteigeningsbeschikking, bepalingen voor de landinrichting en aanpassingen in de regeling voor het verhalen van kosten. De nieuwe bepalingen zullen worden toegevoegd aan de algemene maatregelen van bestuur onder de Omgevingswet.

Het Aanvullingsbesluit grondeigendom bevat in concreto regels over instrumenten die de overheid kan inzetten. Het gaat dan om bepalingen over ruilbesluiten, besluiten geldelijke regelingen, voorkeursrechtbeschikkingen, onteigeningsbeschikkingen en kostenverhaal. De inzet van deze instrumenten heeft gevolgen voor burgers en bedrijven. Ook bevat het Aanvullingsbesluit bepalingen over landinrichtingsactiviteiten, die gelden voor burgers en bedrijven.

Door de regels over de grondbeleidsinstrumenten te harmoniseren en te vereenvoudigen worden de inzichtelijkheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht gediend. Door de instrumenten voor grondbeleid op te nemen in het systeem van de Omgevingswet wordt een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving bevorderd. Overigens wordt de bestuurlijke afwegingsruimte die in de Aanvullingswet grondeigendom is vastgelegd, met dit Aanvullingsbesluit in stand gelaten.

Grondslag van het Aanvullingsbesluit grondeigendom is de EU-Richtlijn omgevingslawaai en de Omgevingswet (alsook een enkele bepaling van de Wegenverkeerswet 1994). Daarnaast geeft artikel 16.139 van de Omgevingswet ook een algemene grondslag om bij ministeriële regeling regels te stellen voor een aantal stelsel brede onderwerpen. Dat betreft in casu de Omgevingsregeling, waarvan een consultatieversie inmiddels beschikbaar is.

Het Aanvullingsbesluit in kwestie bevat op basis van genoemde grondslagen regels over de volgende, kort weergegeven, onderwerpen (met daarachter de grondslag in de Omgevingswet):

- de in een omgevingsplan, omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of projectbesluit op te nemen regels over woningbouwcategorieën (artikel 2.24 Ogw);

- bepalingen over activiteiten die de landinrichting betreffen, de ‘landinrichtingsactiviteiten’ (artikel 4.3 Ogw);

- bepalingen over kavels en rechten in het ruilbesluit (artikel 12.24, lid 4, in samenhang met lid 1 Ogw);

- bepalingen over het besluit geldelijke regelingen: de uitkomst van de schatting en de opgave van de daaruit voortvloeiende kosten voor de eigenaren (artikel 12.37, lid 3, in samenhang met lid 1, onder a Ogw); de uitkomst van de schatting en de opgave van de daarmee verband houdende geldelijke verrekeningen (artikel 12.37, lid 3, in samenhang met lid 1, onder b Ogw); de opgave van de geldelijke verrekeningen vanwege bepaalde omstandigheden (artikel 12.37, lid 3, in samenhang met lid 1, onder c Ogw); de opgave van de geldelijke verrekeningen voor pachters vanwege bepaalde omstandigheden (artikel 12.37, lid 3, in samenhang met lid 1, onder d Ogw); de bepaling van de agrarische verkeerswaarde (artikel 12.37, lid 3, in samenhang met lid 2 Ogw);

- werken, werkzaamheden en maatregelen waarvan de kosten verhaald kunnen worden, de zogenoemde kostensoorten (artikel 13.11, lid 1 Ogw; zie ook artikel 13.15, lid 3 Ogw);

- bouwactiviteiten of activiteiten met het oog op het gebruik op grond van een nieuw toegedeelde functie waarop de aangewezen kostensoorten verhaald kunnen worden (artikel 13.11, lid 1 Ogw);

- het afzien van kostenverhaal (artikel 13.11, lid 2 Ogw);

- het bepalen van de inbrengwaarde van gronden en de raming van de waardevermeerdering (artikel 13.17, lid 2 Ogw);

- de eindafrekening (artikel 13.20, lid 4 Ogw);

- de totstandkoming, vorm, structuur of toepassing van, of de op te nemen onderwerpen in besluiten op grond van de Omgevingswet (artikel 16.139, lid 1, aanhef en onder a Ogw). Daarbij kunnen in ieder geval regels worden gesteld over de kennisgeving en terinzagelegging en welke onderwerpen ten minste worden opgenomen (artikel 16, 139, lid 2, aanhef en onder c en i Ogw);

Het aanvullingsbesluit grondeigendom is beperkt tot de uitwerking van deze delegatiegrondslagen.

Bij de Afdeling advisering van de Raad van State is een nota van wijziging in behandeling, waarmee wordt voorzien in een wettelijke regeling voor financiële bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen. Strekking hiervan is een wijziging van het wetsvoorstel Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet, waarmee via de Aanvullingswet in de Omgevingswet een delegatiegrondslag wordt opgenomen om activiteiten waarvoor een bijdrage kan worden gevraagd bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen.

Bron: 
Zie ook: 
Categorieën: 
Dossiers: