Nieuws

Besluit aanwijzing categorieën ontwikkelingen afdwingbare financiële bijdragen

De regeling voor publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen in afdeling 13.7 van de Omgevingswet is beperkt tot bouwactiviteiten waarvoor verplicht kosten moeten worden verhaald (bijvoorbeeld de bouw van woningen en kantoren). Daarnaast bevat deze regeling een aantal afbakeningen. Gemeenten kunnen als gevolg van de Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet een financiële bijdrage opleggen aan burgers en bedrijven die een bouwactiviteit verrichten waarvoor de overheid ook al verplicht kosten verhaalt.

Dit concept- Besluit ligt vanaf 9 juni ter consultatie. Het is mogelijk om een reactie in te brengen tot 7 juli 2020. De consultatie van het ‘Aanwijzingsbesluit categorieën ontwikkelingen afdwingbare financiële bijdragen’ bestaat uit twee onderdelen: het besluit en de daarbij behorende toelichting.

Bij de Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet is een amendement aangenomen dat gemeenten de mogelijkheid geeft om langs publiekrechtelijke weg financiële bijdragen voor aangewezen categorieën ontwikkelingen te verhalen. 

Als gevolg van het amendement Ronnes c.s. is het wetsvoorstel Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet uitgebreid met twee artikelen in afdeling 13.7 van de Omgevingswet. De betrokken artikelen 13.23 en 13.24 van de Omgevingswet maken het mogelijk om in een omgevingsplan te bepalen dat een financiële bijdrage wordt verlangd voor ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (hierna: regeling voor publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen). De indieners van het amendement hebben beoogd dat gemeenten financiële bijdragen kunnen vragen voor ontwikkelingen als kwalitatieve verbeteringen van landschap, natuur, water of de stikstofbalans, de aanleg of aanpassingen van infrastructuur en daartoe benodigde voorzieningen, de realisatie van sociale woningbouw buiten het plangebied en het slopen van opstallen in geval van bijvoorbeeld een krimpopgave. 

De nieuwe artikelen 13.23 en 13.24 van de Omgevingswet bieden de mogelijkheid om financiële bijdragen voor deze ontwikkelingen af te dwingen via het omgevingsplan, voor zover sprake is van een functionele samenhang tussen de bouwactiviteiten en de ontwikkeling, en de ontwikkeling valt onder de bij dit besluit aangewezen categorieën van ontwikkelingen.

De bevoegdheid voor het verhalen van een financiële bijdrage voorziet in een nieuw instrument omdat financiële bijdragen hiermee kunnen worden afgedwongen, in tegenstelling tot de mogelijkheid om op vrijwillige basis over financiële bijdragen te contracteren. Deze laatste mogelijkheid was al bij de eerste nota van wijziging onderdeel gemaakt van het wetsvoorstel Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet en is een voortzetting van de mogelijkheid die artikel 6.24 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bood. De artikelen 13.23 en 13.24 van de Omgevingswet vullen deze mogelijkheid dus aan met een bevoegdheid om de financiële bijdrage publiekrechtelijk af te dwingen. 

De financiële bijdrage kan worden opgelegd aan initiatiefnemers van bouwactiviteiten waarvoor de overheid verplicht kosten verhaalt, als het kostenverhaal daarvoor nog ruimte laat. Dit besluit wijst de categorieën ontwikkelingen aan waarvoor dit instrument kan worden ingezet. Het opleggen van financiële bijdragen leidt op winstgevende locaties tot extra opbrengsten voor de gemeente en extra lasten voor de initiatiefnemer.

De regeling verschilt van de regeling kostenverhaal in afdeling 13.6 van de Omgevingswet. De regeling kostenverhaal heeft betrekking op het verhalen van de kosten voor het bouw- en woonrijp maken van kostenverhaalsgebieden die nodig zijn om de toegestane activiteiten in die gebieden te realiseren. De regeling voor publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen is in meer algemene zin gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het gaat bij laatstgenoemde regeling om een financiële bijdrage, niet om de gehele bekostiging van de met dit besluit aangewezen categorieën van ontwikkelingen als zodanig. 

De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om in het omgevingsplan een regeling op te nemen voor het verhalen van een financiële bijdrage. Met deze bevoegdheid is beoogd om van initiatiefnemers van bouwactiviteiten een redelijke bijdrage te kunnen vragen voor kosten die het bevoegd gezag moet maken omdat ze noodzakelijk zijn voor verbetering van de kwaliteit van de fysieke omgeving. De keuze om regels over het verhalen van financiële bijdragen op te nemen hangt ook af van de marktomstandigheden en de woningbouwprognoses. De regering verwacht dat gemeenten en provincies behoedzaam gebruik maken van de regeling. 

Het omgevingsplan moet de ontwikkeling waarvoor een financiële bijdrage wordt gevraagd concretiseren. In de toelichting van het omgevingsplan moet een onderbouwing worden gegeven van de functionele samenhang tussen de bouwactiviteit en de ontwikkeling. De onderbouwing van de functionele samenhang kan gebaseerd worden op een omgevingsvisie of programma. De financiële bijdrage kan alleen daadwerkelijk geïnd worden als de initiatiefnemer van de bouwactiviteit geen overeenkomst over het kostenverhaal heeft gesloten met de gemeente. De inning vindt plaats via de beschikking bestuursrechtelijke geldschuld waarmee ook de verschuldigde bijdrage voor het kostenverhaal wordt opgelegd.

Er is geen overgangsrecht nodig voor het kunnen invoeren van de regeling voor publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen in afdeling 13.7 van de Omgevingswet (NvT p. 12).

Bron: 
Zie ook: 
Dossiers: