Nieuws

Artikel 40 Wet WOZ bevat een bijzondere uitputtende regeling voor openbaarmaking

Zoals de ABRvS eerder heeft overwogen, bevat artikel 40 van de Wet woz een bijzondere regeling voor openbaarmaking met een uitputtend karakter, die de bepalingen van de Wob opzij zet.

Bij besluit van 24 februari 2015 heeft heffingsambtenaar van de gemeentebelastingen Amstelland het verzoek van appellant om verstrekking van alle grondstaffels die worden gehanteerd ter vaststelling van de WOZ-waarden van woningen in het gebied van het samenwerkingsverband van de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, De Ronde Venen, Ouder-Amstel en Uithoorn, afgewezen. In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak onder meer als volgt.

Appellant heeft het verzoek gebaseerd op de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob). Bij het besluit op bezwaar heeft de heffingsambtenaar aan de handhaving van de afwijzing van het verzoek primair ten grondslag gelegd dat de gevraagde gegevens vallen onder de reikwijdte van Wet waardering onroerende zaken artikel 40 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet woz). Dit artikel, dat een lex specialis is ten opzichte van de Wob, staat aan verstrekking van de gegevens in de weg, aldus de heffingsambtenaar.

Appellant bestrijdt het oordeel van de rechtbank dat de heffingsambtenaar zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat niet de Wob, maar de Wet woz van toepassing is. Daartoe betoogt hij dat een grondstaffel niet op een specifieke onroerende zaak ziet. Door verstrekking van de grondstaffels wordt geen privacygevoelige informatie openbaar gemaakt. De beperkte openbaarmakingsregeling van artikel 40 van de Wet woz, die blijkens de memorie van toelichting bij deze wet (Kamerstukken II, 1992/93, 22 885, nr. 3) slechts ter bescherming van die informatie geldt, is derhalve niet van toepassing, aldus [appellant].

Ingevolge artikel 231, lid 1 van de Gemeentewet geschieden de heffing en de invordering van gemeentelijke belastingen met toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Ingevolge artikel 40, lid 1 van de Wet woz, kan op verzoek het waardegegeven van een bepaalde onroerende zaak door de in artikel 1, tweede lid, bedoelde gemeenteambtenaar worden verstrekt aan een ieder die kan aantonen uit hoofde van de belastingheffing te zijnen aanzien een gerechtvaardigd belang te hebben bij de verkrijging daarvan. Ingevolge het tweede lid verstrekt de in artikel 1, tweede lid, bedoelde gemeenteambtenaar uitsluitend aan degene te wiens aanzien een beschikking is genomen, op verzoek een afschrift van de gegevens die ten grondslag liggen aan de vastgestelde waarde.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer uitspraak van 23 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3918), bevat artikel 40 van de Wet woz een bijzondere regeling voor openbaarmaking met een uitputtend karakter, die de bepalingen van de Wob opzij zet. Blijkens de memorie van toelichting bij de Wet woz heeft de wetgever met deze bepaling een toegesneden regeling willen treffen inzake openbaarmaking en geheimhouding van voor de waardebepaling van onroerende zaken van belang zijnde gegevens. Daarbij heeft de wetgever getracht een evenwicht te vinden tussen het belang van degene jegens wie een beschikking is genomen om de waardebepaling van de eigen onroerende zaak te kunnen controleren en het belang van geheimhouding van gegevens over een niet aan hem toe te rekenen object.

De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat grondstaffels voor de waardebepaling van onroerende zaken van belang zijnde gegevens zijn en iedere grondstaffel aan een specifieke onroerende zaak is gekoppeld. De omstandigheid dat voor vergelijkbare onroerende zaken eenzelfde grondstaffel kan gelden, doet daaraan niet af.

Gelet hierop dient het verzoek van[appellant te worden beoordeeld aan de hand van de in artikel 40 van de Wet woz vervatte openbaarmakingsregeling. De Wob is derhalve niet van toepassing.

De beoordeling of de heffingsambtenaar op grond van de in artikel 40 van de Wet woz neergelegde openbaarmakingsregeling aan appellant de door hem verzochte gegevens had moeten verstrekken, dient plaats te vinden in de procedure tegen de waardebepaling van zijn woning door de in die procedure bevoegde rechter. De rechtbank is terecht tot hetzelfde oordeel gekomen. Het betoog faalt.

Bron:  Afdeling bestuursrechtspraak 16 november 2016, zaaknummer 201600879/1/A3 (r.o. 2.2), uitspraak betreffende Artikel 40 Wet WOZ bevat een bijzondere uitputtende regeling voor openbaarmaking

Bron: 
Categorieën: 
Dossiers: