Bestemmingsplan en vertrouwensbeginsel

Bestemmingsplan en vertrouwensbeginsel

Appellant sub 2 en anderen hebben naar het oordeel van de Afdeling niet aannemelijk gemaakt dat toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit zij redelijkerwijs konden en mochten afleiden hoe de raad zijn bevoegdheid tot het vaststellen van een bestemmingsplan zou uitoefenen, en meer in het bijzonder dat de raad gedurende tien jaar niet zou meewerken aan de ontwikkeling van het plangebied.

U bent momenteel niet ingelogd. Log in met uw gebruikersnaam en wachtwoord om deze pagina te bekijken of gebruik te maken van deze dienst. Bent u nog geen klant? Neem dan een (proef)abonnement.